Electra Glide In Blue (James William Guercio, 1973)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

electraglideinblue

Soms loop je tegen films aan waarvan je denkt: waarom heb ik hier nooit eerder van gehoord? Waarom ben ik deze titel niet tegengekomen in de filmcanon? Electra Glide In Blue mag van mij alsnog geplaatst worden tussen de beste Amerikaanse filmdebuten uit de jaren zeventig. Helaas is het voor regisseur James William Guercio bij dat debuut gebleven en is hij bekender geworden als beheerder van de Caribou Ranch studio waar grootheden als Chicago, Phil Collins, Earth Wind and Fire, Billy Joel, Elton John, Carole King, John Lennon, The Beach Boys, Supertramp en U2 platen hebben opgenomen.

Electra Glide In Blue wordt vaak in één adem genoemd met opstandige, existentiële road movies als Vanishing Point (Richard C. Sarafian, 1971) en Two-Lane Blacktop (Monte Hellman, 1971). Het grote verschil is dat hoofdpersoon John Wintergreen geen rebel is zoals Jake Kowalski in Vanishing Point en drag racers James Taylor en Dennis Wilson in Two-Lane Blacktop, maar een plichtsgetrouwe verkeersagent, een man die handelt naar de letters van de wet. Bij hem zijn onderhandelingen na een begane verkeersovertreding zinloos. Agent Wintergreen is geen hippe coureur of slome slacker. Hij houdt zijn kleine gespierde lichaam in goede conditie, hijst zich in een strak gestreken uniform en rijdt op een blinkend gepoetste Electra Glide motorfiets.

Wintergreen is geen hippie en gebruikt geen drugs. Hij doet schietoefeningen op de poster van Easy Rider. De enige overeenkomst met Kowalski en de twee drag racers is dat ook hij tegen de gevestigde orde ingaat, maar dan van binnenuit en op zijn eigen manier. Wintergreen heeft genoeg van de routineklusjes in de woestijn op zijn zware motorfiets (there ain’t nothing in the world I hate worse than that elephant under my ass) en droomt ervan hogerop te komen en te mogen werken op de afdeling moordzaken. Hij heeft een nogal geromantiseerd idee over dat beroep. Pas als hij naar aanleiding van een verdachte zelfmoord een echte detective Harve Poole (Mitch Ryan) mag assisteren, krijgt hij te zien wat achter de machofaçade van het politieapparaat schuilgaat. En dat is verre van romantisch.

De moordzaak is het minst interessante aan Electra Glide In Blue. Het zijn de acteurs, het landschap, de muziek en de fotografie die de film tot zo’n aangename kleine twee uur maken. Hoofdrolspeler Robert Blake (bekend van In Cold Blood, als Baretta in de gelijknamige televisieserie en zijn laatste rol als de mysterieuze man in Lost Highway) zet met Wintergreen een grote kleine man neer die dankzij een scherpe tong, gevoel voor humor en zijn gedreven streven naar gerechtheid in al zijn scènes het middelpunt vormt, al wordt hij een paar keer van het scherm gespeeld door de schmierende Elisha Cook Jr. (1903-1995) als verwarde Willie en moet hij even zijn meerdere erkennen in actrice Jeannine Riley in de rol van barvrouw Jolene die als enige vrouw in film de gelegenheid krijgt een scène voor zichzelf op te eisen.

Wintergreen heeft er geen enkel probleem mee dat hij bij vrouwen slechts tot borsthoogte reikt en hij is de eerste om grapjes te maken over zijn geringe lengte. Zijn favoriete acteur Alan Ladd was nog kleiner, en zie eens hoe geliefd die in zijn tijd was, redeneert hij. Lengte is geen probleem, maar status wel, en zonder machtspositie sta je nergens. Wintergreen heeft dan ook meer last van corrupte collega’s dan van de hippies en de motorbendes die het immense, lege landschap doorkruisen.

Het decor van Electra Glide In Blue is Monument Valley, het monumentale territorium van regisseur John Ford. Iedereen is nietig in deze weidse woestenij. Begeleid door de doo-wop van The Marcels en de rock-’n-roll van Madura glijdt de camera over de strepen midden op de verlaten tweebaans snelweg. DoP Conrad L. Hall (o.a. Cool Hand Luke, In Cold Blood, Butch Cassidy and the Sundance Kid, Marathon Man en American Beauty) filmt Wintergreen als een eenzame cowboy in een westernlandschap. Het lome tempo wordt slechts eenmaal onderbroken door een verplichte achtervolgingsscène (inclusief vertragingen à la Sam Peckinpah). De algehele sfeer doet denken aan The Long Goodbye (1973) van Robert Altman en het zou me niet verbazen als Alex Cox inspiratie heeft opgedaan voor zijn Mexicaanse film El Patrullero (1991). Ook films waarin karakterontwikkeling belangrijker is dan de plot.