Drie keer rouwen in de bioscoop: Tous Les Soleils (2011), 22 Mei (2010) en The Tree Of Life (2011)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Tous Les Soleils

Tous Les Soleils

Rouw is een geliefd thema in de Nederlandse bioscopen, constateer ik na het zien van drie films afgelopen weekend.

De minst geslaagde van het trio is Tous Les Soleils. Uit de gematigde en negatieve recensies maakte ik al op dat de film minder zou zijn dan Philippe Claudels succesfilm Il Y A Longtemps Que Je T’aime (2008). Zelfs met die voorkennis is de rouwverwerkingskomedie een nog grotere teleurstelling dan was ingecalculeerd. Tous Les Soleils wil ernstig en grappig tegelijk zijn en daarom speelt de ene helft van de acteurs relatief ingetogen, terwijl de andere helft daar met grote gebaren frontaal tegenin gaat. Komedie en drama vormen een lastig paar.

Om de boel te verergeren laat Claudel zijn hoofdrolspelers vaak op z’n Italiaans druk tekeer gaan. Hij denkt dat een grap al geslaagd is bij de gedachte aan pijnlijke situaties. De ene keer zien we de clou van verre aankomen (zoals de parkeerbon die weduwe Alessandro (Stefano Accorsi) toch krijgt wanneer hij de opzichtige avances van een kakelbond geklede, alleenstaande moeder niet heeft weten af te slaan) en de andere keer vergeet Claudel de clou fatsoenlijk uit te werken (waardoor de lang voorbereide grap over de amoureuze chatsessies van zijn immer in kamerjas geklede schilderbroer uiteindelijk niet de lach oplevert die de regisseur waarschijnlijk wel had verwacht). Alleen muzikale momenten weten enigszins te ontroeren, zeker aan het einde, maar doe mij dan liever Tous Les Soleils: The Album in plaats van de film.

22 Mei

22 Mei

Voor drie personages in 22 Mei is rouwverwerking de belangrijkste drijfveer. Bewaker Sam (Sam Louwyck) is er passief door geworden, iets wat hij zichzelf verwijt nadat een verdacht ogende jongeman hem passeert en zichzelf opblaast in een Brussels winkelcentrum. De jongeman verwerkt zijn rouwgevoelens op een actieve manier, ten koste van tientallen onschuldige slachtoffers. Aan het eind van de film blijkt een derde persoon door zijn schuldgevoelens over een overledene een sturende factor te zijn in het fatale voorval.

In tegenstelling tot zijn debuut Ex Drummer (2007) gebruikt regisseur Koen Mortier zijn visuele flair ditmaal niet om louter te pronken, maar staat de extreme stilering volledig in dienst van het verhaal. Neem bijvoorbeeld de opening van de film. Op de ochtend van de aanslag zien we in een onafgebroken shot, net zo lang durend als het oproken van een sigaret, Sam ontwaken en zich voorbereiden op zijn werkdag. Door de aanslag is zijn leven aan flarden gereten en zien we zijn ochtendritueel later in de film in fragmentarische, korte, gejaagde scènes. De virtuoze openingsscène is nodig om met terugwerkende kracht het contrast met het gehavende leven te versterken.

The Tree Of Life

The Tree Of Life

22 mei wordt letterlijk gestuurd door de muziek van Mike Gallagher, afgewisseld door een onontkoombaar geluidspalet van geluidsontwerper Christian Conrad. De soundscapes ontnemen de slachtoffers alle zuurstof in hun nieuwe, lege, uit het lood geslagen wereld. De score van The Tree Of Life is ook dwingend. Glorieuze zangkoren vergezellen een familiedrama van kosmische omvang. De koorwerken verwijzen naar engelen en de nabijheid van het goddelijke. Voice-overs spreken God constant aan. Hij heeft nogal wat uit leggen aan de familie van Jack sinds het overlijden van diens jongere broer. Door de ingrijpende gebeurtenis voelt het leven van Jack (in de jonge versie gespeel door Hunter McCracken) alsof het zich exact in het midden afspeelt tussen de oerknal en het definitief doven van het universum.

Het middelpunt van de film is Jacks jeugd in Waco, Texas, de strenge opvoeding van zijn vader (Brad Pitt) en de toegeeflijkheid van zijn stille, gevoelige moeder (Jessica Chastain). Zijn twee jongere broertjes zijn speelmaatjes, maar ook rivalen als het gaat om de liefde van hun ouders. De volwassen Jack (Sean Penn) kampt nog steeds met het verlies van zijn broer en gaat voor het antwoord op de zin van het leven terug tot de geboorte van het heelal. De episode over de evolutie zou met een beetje kwade wil af te doen zijn als een filosofisch getinte bundeling van National Geographic en Walking With Dinosaurs. The Tree Of Life is al imposant genoeg tijdens de kleine, huiselijke taferelen, wanneer de camera voelt, ruikt, proeft en stilstaat bij ogenschijnlijk onbeduidende details, zoals een vlinder in het gras, een babyvoetje in mannenhanden of de littekens op het achterhoofd van een buurjongen.

Malick balanceert soms vervaarlijk op het randje van de edelkitsch, vooral als de koren worden vervangen door selecties uit Malicks collectie Muziek Voor Miljoenen, met het uitgekauwde Die Moldau van Smetana als dieptepunt. Bij het koor uit Funeral Canticle van John Tavener houd ik het echter niet droog, en dan is de film nog maar nauwelijks begonnen.

Tous Les Soleils 4/10 | 22 mei 8/10 | The Tree Of Life 9/10