Haperende Mens Festival @ De Melkweg (12 september 2014)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Action Beat

Action Beat

Een festival dat zich Haperende Mens noemt roept de vraag op wat er dan precies hapert aan de mens. Of is het een festival ter ere van haperende muziek? Na een haperend begin ging de avond in de Melkweg afgelopen vrijdag wat mij betreft pas echt van start vanaf de vierde act.

Bij de volle sequencerpatronen van Lust For Youth en de minimale industriële percussie van Distel gingen mijn gedachten onvermijdelijk minstens dertig jaar jaar terug in de tijd. Lust For Youth speelde synthwave zoals die in de jaren tachtig vanuit menige Hollandse provincieschuur heeft geschald, waarbij ik zelf vooral aan Störung uit Wassenaar moest denken. Ondanks hun bandnaam maakte het trio geen wellustige indruk. Achter de microfoon stond een monotone vocalist als het humeurige Zweedse achterneefje van Robert Smith. De man van de elektronica hield zich rechts op het podium half schuil achter een zwarte deksel (een trend, want de constructie dook later op de avond vaker op) en de gitarist speelde op hetzelfde merk gitaar dat Ian Curtis vroeger weleens decoratief om zijn schouder had hangen. De paar luchtige momenten deden denken aan de poppy periode van New Order. De muziek was zeer dansbaar, maar de laatste mensen in de oude zaal van de Melkweg die op de muziek wilden dansen waren de bandleden zelf.

Aan de zwarte klauwen van vocalist Æter was op te maken dat het duo Distel zich een weg van Nijmegen naar Amsterdam had gegraven. De strak in het pak zittende Æter was een opvallende verschijning vanwege zijn wit geschilderde gezicht en een baard die bijna dezelfde vorm had als zijn kapsel. Achter hem sloeg Scramasax kille ritmes op een bescheiden batterij drumpads. Distel maakt horrorwave met echo’s van Coil en vroege SPK waarbij effecten alle menselijkheid uit de vocalen trekken, begeleid door kinderlijke thema’s vol grillige dissonanten gespeeld op een bibberende oude synthesizer die verborgen ligt in een doos van Pandora. Na een trage eerste helft werden de eenvoudige melodieën in de sterke finale begraven onder een hoog volume, een melodieloze brom en angstaanjagende schreeuwvocalen die niet hadden misstaan in een black metalband.

Een discussie tussen drie geluidsmannen zorgde voor lichte oponthoud voor aanvang van het optreden van Amen Dunes uit New York. Hun set week behoorlijk af van wat er op de rest van de avond stond geprogrammeerd. Ik was niet vertrouwd met de shoegaze folk van het trio en kon vanwege de matige geluidsafstelling niet horen wat hun zweverige gitaarliedjes zo bijzonder maakte. In het openingsnummer vormde de zang en gitaar van voorman Damon McMahon geen eenheid met de pianobegeleiding. Daar kwam geen verandering in toen de pianist ook gitaar ging spelen. Een zenuwachtige drummer trommelde dunne partijen waarbij hij een af en toe over een stokje struikelde. De band miste een bas om de losse delen tot een geheel te smeden. McMahon was jarig op deze festivalavond en droeg daarom in alle bescheidenheid een liedje op aan zichzelf.

Haperende Mens kwam wat mij betreft pas echt uit de startblokken met het optreden van Aaron Dilloway (Wolf Eyes) in de theaterzaal. Bij binnenkomst werd ik begroet door twee aangenaam door elkaar golvende synthesizerakkoorden. Zittend achter een tafel maakte Dilloway na een paar minuten bruusk een einde aan de impressie dat we in een comfortabele chill-out room waren beland. Hij schoof de akkoorden zonder pardon terzijde en stampte tegen de grond met linkerarm en beide benen. Een mechanisch ritme kwam met horten en stoten op gang, aangevuld met geluiden uit verre steden. Een telefoon rinkelde en een baby huilde. De noise had een muzikale opbouw. Het meeste lawaai kwam uit de mond van de muzikant. Het was wat lastig te ontwaren in de schaars verlichte ruimte, maar met enige moeite zag ik een kabel uit zijn mond hangen. Hij leek op een microfoon te kauwen en vermaalde de geluiden met zijn tanden. We konden horen hoe de muziek in zijn maag verteerde en weer werd uitgespuwd. Het leek daarbij alsof de muzikant steeds meer onder stroom werd gezet. De contouren van zijn verwrongen gezicht zagen eruit als de ruwe verfstreken waarmee Francis Bacon portretten schilderde.

Action Beat

Action Beat

Het tweede hoogtepunt van de avond was de robuuste set van Action Beat, een band uit Engeland met de Nederlander GW Sok centraal geplaatst achter de microfoon. Sok was decennialang vocalist van The Ex. Action Beat heeft de impact van The Ex keer drie. Dezelfde soort energieke gitaarriffs werden ditmaal gespeeld door vier gitaristen, een bassist en drie drummers. Action Beat is geen log apparaat, maar een intens swingend monster. Het daaropvolgende solo-optreden van High Wolf was na de explosieve Britten een beetje een anticlimax. De Fransman mixte elektronisch opgewekte wereldse ritmes met de repeterende patronen uit minimal music en vulde dat aan door op gitaar Afrikaanse loopjes te spelen en op elkaar te stapelen. De zonder meer erg prettige muziek kwam tussen het omringende geweld wat al te bescheiden en vrijblijvend over.

Dick El Demasiado

Dick El Demasiado

In het theater wisselden enkele clowneske acts elkaar af, te beginnen met Dick El Demasiado, het alter ego van filmmaker, beeldend kunstenaar en musicus Dick Verdult. Hij stond voor een olijke videoprojectie wild te springen op zijn eigen vrolijke en ietwat chaotische assemblage van electrobeats en jolige riedeltjes uit zonnige windstreken. De verschillende opzwepende ritmes verdrongen elkaar in de laptop. Dick El Demasiado, gekleed in een outfit met de afbeelding van een skelet zoals we die kennen van de gitarist uit This Is Spinal Tap, had soms grote moeite ze in bedwang te houden, maar dat vergrootte de feestvreugde alleen maar. Enthousiast schreeuwde hij een enkele keer in de twee microfoons die hij als sambaballen in zijn handen hield.

De verkleedpartij van Shitcluster (Jan Duivenvoorden en Charlie Watkins) bestond uit twee verdwaalde wazige hippies in zuurstoktenue met wijde broekspijpen. Ze waanden zich in het decor van TopTop, inclusief spaced out kleurenanimaties op het grote doek achter hen, en wekten niet bepaald de indruk dat hun aanwezig iets wezenlijks toevoegde aan wat eerder thuis in de studio was voorgekookt. Hun bijdragen bestonden voornamelijk uit het veroorzaken van stoorzendergeluiden, bijvoorbeeld door met een onontwarbare kluwen krakende kabels te slepen die achter hen op de grond lag. Aan het eind hieven ze hun hoofden ten hemel en veegden ze op ritmische wijze de gebakken lucht schoon.

Shitcluster

Shitcluster

De derde clown in het theater van de Melkweg was een groepslid van Unit Moebius. Het wisselende Haagse technogezelschap mag graag de draak steken met de manier waarop Nederlandse housegrootheden op het podium van dancefestivals achter hun mengtafels staan. House op een podium is poppenkast, moet Jan Duivenvoorden hebben gedacht. Hij had zijn hippiepruik afgedaan en veranderde zelf in een poppenkastpop, met kleine voetjes vrolijk dansend achter een laptop. Hij had nauwelijks controle over zijn handelingen omdat de handen waarmee hij zwaaide en klapte afkomstig waren van een onzichtbare persoon achter hem. Via de op het scherm geprojecteerde beelden van de webcam zagen we de handen kriebelen in Duivenvoordens oren en een poging doen zijn bril af te pakken. De producer kwam niet toe aan musiceren, maar hij had wel de grootste lol zoals is te zien in het onderstaande videofragment. Guy Tavares, labelbaas van Bunker Records, keek toe en zag dat het goed was.

Na alle meligheid werd het de hoogste tijd voor Skull Katalog, een lawaaischopper uit New Orleans die in het dagelijks leven beter bekend is onder de naam Griffin Pyn. De lichten gingen feller schijnen en de volumeknop mocht een stuk verder naar rechts gedraaid worden. Opgezweept door zware, overstuurde industriële bassen en drums liet Skull Katalog zijn primaire gevoelens de vrije loop, iets waar het overgebleven publiek hem erg dankbaar voor was. De briesende vocalist stampte regelmatig tussen de bezoekers, bungelde eenmaal over de reling van de eerste rij op de tribune en trok bijna een tribunetrap omver. Het deerde niet dat zijn tumultueuze nummers veel leken op variaties op Discipline van Throbbing Gristle. Integendeel zelfs.

Skull Katalog

Skull Katalog

Diep in de nacht, na de zware beats van producer Al Lover uit San Francisco, bracht afsluitende Britse act Actress het publiek in verwarring met zijn zeer eigenwijze optreden. Zijn platen bestaan uit rudimentaire, ruisende samples die hij tot weifelende ritmes smeedt waar versnipperde soulstemmen doorheen dwalen. Live klonken zijn geluiden daarentegen gepolijst, bleven gesamplede vocalen achterwege en werd elke suggestie van een ritmetrack vrij snel de kop ingedrukt. Actress, verstopt achter een katheder hoog op het podium, sloop om de potentiële beats heen als een roofdier rondom zijn prooi. Juist door die omtrekkende beweging maakte hij de muziek spannend, al hadden sommige clubgangers in de oude zaal van de Melkweg daar andere ideeën over. Bij elke plotseling opduikende kickdrum werd door een enkeling gejuicht en bij elke toejuiching verdwenen de kale drums weer, alsof ze schrokken van de aanmoedigingen. Haperend, en dus geheel in het teken van het festival, gleden verschillende intro’s in elkaar over zonder dat ze tot een climax leidden. Het gezicht van Actress verdween steeds dieper in zijn capuchon net zo lang tot er niets meer overbleef dan een zwart gat.

Actress

Actress

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *