Danny Collins & Manglehorn: de gemiste kansen van Al Pacino

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Danny Collins

Danny Collins

In zijn laatste drie rollen speelt Al Pacino personages die zich aan het einde van hun carrière bevinden. In The Humbling (Barry Levinson, 2014) heeft een bejaarde acteur zijn beste tijd ver achter zich. Pacino’s titelpersonages Danny Collins en Manglehorn vragen zich af of ze wel de juiste keuzes hebben gemaakt en of ze hun leven op hun oude dag alsnog een nieuwe wending kunnen geven. Dat levert in het eerste geval voorspelbaar formulewerk op en in het tweede geval een kleine film met verrassende zijpaden.

Danny Collins (Dan Fogelman, 2015) is losjes gebaseerd op een anekdote over de Britse folkzanger Steve Tilston. John Lennon schreef hem in 1971 een brief als reactie op een interview. In de brief nodigde Lennon de zanger uit om samen over muziek te komen praten. Helaas ontving Tilston de uitnodiging pas 34 jaar later. Hoe zou zijn carrière er hebben uitgezien als de brief wel op tijd bij hem in de brievenbus was beland? Danny Collins (Pacino) stelt zich de vraag als zijn manager Frank Grubman (Christopher Plummer) hem op zijn verjaardag een postume brief van Lennon cadeau geeft.

De rijke Collins was ooit een veelbelovend singer-songwriter. Tegenwoordig teert de muzikant op vroegere successen, is hij middle of the road geworden en heeft hij al heel lang geen nieuw repertoire meer geschreven. Naar aanleiding van Lennons brief zegt hij de rest van de tournee af en vestigt zich in een hotel in New Jersey. Onder toeziend oog van hotelmanager Mary Sinclair (Annette Bening) zweert hij cocaïne af en begint hij weer te componeren. Het hotel bevindt zich nabij het huis van een zoon die hij verwekte tijdens een one night stand. Hij heeft hem nog nooit ontmoet en voelt dat hij iets heeft goed te maken.

De film wordt opzichtig strak aan de lijn gehouden door een dwingende drie-actstructuur. De eerste plotlijn komt netjes uit bij de eerste confrontatie. Als de zanger aanklopt, doet kleindochtertje Hope (Giselle Eisenberg) open en maakt hij kennis met schoondochter Samantha (Jennifer Garner). Zij vertelt hem dat Collins’ zoon Tom (Bobby Cannavale) zijn hele leven kwaad is op zijn afwezige vader. De kans dat de zanger het huis wordt uitgegooid is reëel. Het zal de vader moeite kosten om de zoon in zijn armen te sluiten. Als dat toch lijkt te lukken zet een dramatische mededeling in act II de tweede plotlijn in beweging. Aan het eind van act II wordt het drama kunstmatig opgerekt door Collins een tijdelijke terugval te laten krijgen. In act III worden alle conflicten netjes bijgelegd en opgelost.

Het voorspelbare vertelpatroon doet af aan de prestaties van de cast. Al Pacino speelt met zichtbaar plezier. Hij flirt vrijmoedig met de terughoudende Bening en heeft een natuurlijke band met de hele jonge Jennifer Garner. Bobby Cannavale (angstaanjagend in het derde seizoen van de serie Boardwalk Empire) laat zich niet overrompelen door Pacino’s overheersende aanwezigheid en bijt tijdens hun dialogen krachtig van zich af. Helaas biedt het scenario Cannavale onvoldoende munitie om zijn poot stijf te houden en is hij gedwongen in te binden. De personages zitten in het keurslijf van de drie-actstructuur gevangen.

Manglehorn

Manglehorn

Manglehorn (David Gordon Green, 2014) heeft een veel lossere vertelstructuur en verrast daarom meer. Al Pacino is A.J. Manglehorn, een alleenwonende sleutelmaker. De beroepskeuze is ironisch, want zijn eigen leven zit onwrikbaar op slot. Hij kan op zijn oude dag alleen maar denken aan Clara, de liefde van zijn leven met wie hij nooit in het huwelijk is getreden. Manglehorn schrijft haar lange brieven, maar het lijkt erop dat ze zijn brieven nooit beantwoordt. De vrouw met wie hij wel trouwde leeft al een tijdje niet meer en het contact met zoon Jacob (Chris Messina) verloopt moeizaam. De sleutelmaker heeft geen innige vriendschapen. Soms nuttigt hij een drankje met leeftijdgenoten en wordt hij bij de gokautomaten aangesproken door de hyperactieve voormalige drugsdealer Gary (een kleine rol voor cultregisseur Harmony Korine) die onlangs een eigen massagesalon heeft geopend.

Het enige waar Manglehorn naar uitkijkt, zijn de vrijdagen, want dan bezoekt hij trouw de bank en heeft hij prettige conversaties met medewerkster Dawn (Holly Hunter). Hun ontmoetingen en voorzichtige toenadering geven het verhaal de duidelijkste lijn. Manglehorn merkt bij Dawn pas goed dat hij jarenlang heeft verlangd naar het onmogelijke en daardoor is vast blijven steken in een fantasiewereld. Hij heeft zijn hele leven gefantaseerd over hoe het zou zijn geweest als hij wel met Clara was getrouwd. Wat om hem heen gebeurt dringt nauwelijks tot hem door.

De afstand tussen Manglehorn en de realiteit wordt door regisseur David Gordon Green benadrukt door het hoofdpersonage regelmatig tijdelijk te verlaten, af te wijken van de hoofdlijn en de camera te richten op kleine momenten tussen bijrolspelers, zoals kleindochter Kylie (Skylar Gasper) en haar kinderjuf en de dierenarts en zijn assistente. Andere onverwachte momenten zijn een duet en de ravage na een verkeersongeluk dat vanwege bloedende meloenen meer op een performance in een film van Jean-Luc Godard lijkt dan op een echt ongeluk. De waas waarin Manglehorn leeft wordt versterkt door in elkaar overvloeiende beelden, zoals in een scène in een nachtclub.

Het personage Manglehorn dwingt Al Pacino om zijn rol klein te houden. Het is verfrissend om de acteur, die berucht is vanwege zijn overheersende expressieve spel, weer eens ingetogen te zien acteren.

Danny Collins 4/10 | Manglehorn 7/10

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *