Coeurs (Private Fears In Public Places) (Alain Resnais, 2006)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

Coeurs

Op papier oogt het toneelstuk Private Fears In Public Places van Alan Ayckbourn als geknipt voor John Lanting en zijn Theater van de Lach. Personages verstoppen zich nog net niet in klerenkasten, maar er heerst wel veel komisch bedoelde verwarring en ongemak tussen de seksen. In handen van de hoogbejaarde Franse regisseur Alain Resnais worden de kluchtige elementen verzacht door een zeer filmische aanpak.

De eerste opvallende stilistische ingreep is de constant vallende sneeuw, zowel dienend als metafoor voor verkilde relaties als een middel om scènes aan elkaar te rijgen. Na het computergestuurde en winterse vogelperspectief op een wijk in Parijs komt de camera in de rest van de toneelverfilming Coeurs de deur niet meer uit. Alle verhaallijnen spelen zich tussen muren af, beginnend in een huis waar makelaar Thierry (André Dussollier) zijn veeleisende klant Nicole (Laura Morante) rondleidt. Nicole keurt de woning af, voornamelijk vanwege een tussenmuur die een kamer onhandig in tweeën deelt.

De scheiding tussen personages binnen een zelfde ruimte is naast de onophoudelijk vallende sneeuw het belangrijkste visuele motief in Coeurs. In elk decor is een scheidende tweedeling te bespeuren. De huidige woning van Nicole en haar werkloze, alcoholische en oneervol ontslagen militaire vriend Dan (Lambert Wilson) bevat meerdere, kunstzinnig bedoelde, half doorzichtige obstakels. De kantoorbureaus van Thierry en zijn collega Charlotte (Sabine Azéma) worden uit elkaar gehouden door een plastic ogende scheiding. De grijze barman Lionel (Pierre Arditi) heeft moeite zijn vaste klant Dan te zien vanachter het kleurige kralengordijn dat hangt tussen de twee helften van de bar. In het huis van Lionel blijft diens oude, bedlegere vader Arthur (de stem van acteur Claude Rich) uit het zicht omdat hij in een naastgelegen ruimte ligt. Door de tussendeur zien we nog net het voeteneind van vaders bed. De opvallende scheiding in de huiskamer van Thierry en zijn jongere zus Gaëlle (Isabelle Carré) is de extra wand tussen kamer en keuken.

Coeurs is een sombere klucht over mensen die eenzaam zijn, terwijl ze wel dezelfde ruimtes delen met anderen. De maker van klassieke experimentele films als Hiroshima Mon Amour (1959) L’Année Dernière À Marienbad (1961) en Providence (1977) houdt het deze maal luchtig en sommige acteurs mogen breed uitpakken. Zo zit de ongemakkelijke glimlach van Thierry tijdens zijn werkzaamheden overdreven als een grimasmasker op zijn gelaat. ’s Avonds thuis stolt zijn hele lichaam wanneer hij tijdens zijn avondmaal de video afspeelt die hij van Charlotte te leen heeft gekregen. De Bijbelvaste collega heeft voor haar baas haar favoriete religieuze muziekprogramma opgenomen, maar op de tape blijkt meer te staan dan de bedoeling was. Of zou Charlotte wel degelijk weten dat ze Thierry confronteert met een kant van haar persoonlijkheid die hij niet had durven vermoeden?

In de avonduren verzorgt de vrouw als vrijwilligster de hulpbehoevende Arthur zodat Lionel zonder zorgen zijn barwerk kan verrichten. Zij heeft zo haar eigen methoden om de constante beledigingen en het gooi- en smijtwerk van de onmogelijke oude man onder controle te krijgen. Meer dan het avontuurtje van Dan met Gaëlle zijn het vooral de twee verhaallijnen met Charlotte waardoor Coeurs een kluchtig karakter heeft, totdat de sneeuw dieper het verhaal binnendringt en de complexe vrouw zowaar een rol speelt in de meest emotionele scène in de film. Dankzij dit verrassende moment en de consequent doorgevoerde stilering, gekoppeld aan een sombere kijk op intermenselijke relaties, stijgt Coeurs boven de farce uit.