Club Zeus (David Verbeek, 2011)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

clubzeus

Opnieuw is het lastig door te dringen tot de hoofdpersonages in een film van David Verbeek. Aan mooie stadsgezichten en fotogenieke mensen overigens geen gebrek in Club Zeus.

Shanghai gaat tegenwoordig door voor het decor van Blade Runner. Waar in de sciencefictionfilm een immens televisiescherm met reclame aan een luchtballon voorbij zweeft, drijft het voorwerp in Club Zeus op een boot tegen de achtergrond van de skyline van nachtelijk Pudong. De twintigers Leonardo en Sly werken ’s nachts als knappe gastheren bij de club uit de titel. Tegen betaling zijn ze voor een avond beschikbaar als sociaal gezelschap voor vermogende oudere bezoeksters. Verder dan een praatje en het gezamenlijk nuttigen van veel champagne gaat de service doorgaans niet. De meer dan honderd SMS-berichten die uit de contacten voortvloeien, laten de jongens onbeantwoord.

Overdag slapen de twee in hun kale flat, terwijl de huismeester zich afvraagt waarom ze geen elektriciteit verbruiken. Leonardo (Ray Zhao) woont er aan het begin van de film in zijn eentje. Voordat we meer over hem te weten komen, arriveert de rood gelokte Sly (Zheng Qi) in het verhaal en wordt hij centraal onderwerp, echter ook niet lang genoeg om geïnteresseerd te raken in zijn relatie met vrouwelijke hostess Jade en zijn wens om ‘broertje’ Leonardo weg te krijgen uit het geestdodende en vooral slopende nachtleven.

Zo oppervlakkig als de relaties met hun klanten, zo oppervlakkig zijn de hoofdpersonen voor ons als kijker. Door het gebrek aan expressie in de gezichten van de mannelijke acteurs en het ontbreken van urgente conflicten, blijven slechts de plaatjes over en die zijn tijdens de dialogen in de club tamelijk fantasieloos repeterend. Bij elk gesprek tussen gastheer en klant wordt gefilmd in shot versus tegenshot. Bij elke close-up blokkeert een achterhoofd het beeld, gedeeltelijk en soms geheel. De herhaalde wijze van filmen zal bedoeld zijn om de herhalingen in het leven van de jongens te benadrukken, maar dat maakt het er allemaal niet belangwekkender op.

Wat verder ergert zijn de overpeinzingen in voice-over, op een manier die door Wong Kar-Wai eind vorige eeuw is geperfectioneerd in Days Of Being Wild (1990), Chungking Express (1994) en Happy Together (1997). De relatie tussen Leonardo en Sly vonkt nergens, zeker vergeleken bij Leslie Cheung en Tony Leung Chiu Wai in laatstgenoemde film. Ray Zhao en Zheng Qi missen gewoonweg het benodigde charisma om Club Zeus te dragen.

4/10