Black House (Geomeun Jip) (Terra Shin, 2007)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

MCDBLHO EC016

Jun-oh (Jeong-min Hwang) is met afstand de domste verzekeringsagent in de mondiale filmgeschiedenis. Waarom deze man ooit door een verzekeringsbedrijf als medewerker is aangenomen, is het grootste raadsel van het Koreaanse Black House. Voor het overige blijft in deze spannend bedoelde, duistere thriller weinig te raden over, behalve voor de domme verzekeringsagent.

Timide brildrager Jun-oh leeft sinds zijn kinderjaren, en in het bijzonder sinds de zelfmoord van zijn broertje, met een trauma. Gedreven door schuldgevoel is hij zo dom in zijn eerste werkweek een anoniem bellende vrouwelijke klant, die informeert naar de verzekeringsmogelijkheden in geval van zelfmoord, deelgenoot te maken van zijn pijnlijke verleden. Wat iedereen behalve het hoofdpersonage snel doorheeft is dat deze dame haar ideale prooi heeft gevonden en de kwaadaardige zwarte spin in het web is van een reeks gefingeerde zelfmoorden en lucratieve amputaties.

De eerste zogenaamde zelfmoord is die van een jong jochie. De vader is zo gek als een deur, duimloos en vooral voor zichzelf een last. De gescheiden levende moeder Yi-hwa (Seon Yu) heeft een vervormde voet en loopt daardoor een beetje moeilijk (de fans van The Usual Suspects zijn in een dergelijk geval extra op hun hoede). Jun-oh kan niet geloven dat er ouders bestaan die hun kind vermoorden en vervolgens op hoge toon, en met zelfmoord als voorwendsel, het riante verzekeringsgeld komen opeisen. Uit het niets doemt in het verhaal een expert op die toevallig net zijn dissertatie over psychopaten heeft afgerond. Of Jun-oh bekend is met het fenomeen psychopaat, vraagt de expert. Nee, daar heeft de domme man echt nog nooit eerder van gehoord. Een overbodige uitleg volgt in deze toch al veel te verbale film.

Voordat de expert wreed, en buiten beeld, weer snel uit het scenario wordt afgevoerd, geeft hij Jun-oh de rijk geïllustreerde dissertatie mee zodat de verzekeringsagent thuis de plaatjes van psychopatische excessen nader kan bestuderen. De camera zoomt in op een van de tekeningen gemaakt door kinderen die later in hun leven de psychopaat zijn gaan uithangen. Een kenmerk van psychopaten in de dop is dat ze identieke tekeningen maken van een kind op een schommel, iets waar in de bespottelijk slotscène van Black House nogmaals met nadruk op wordt gewezen. De domme verzekeringsagent is zo verontwaardigd over het immorele gedrag van de vader van het gedode jochie dat hij alle werkvoorschriften opzij zet. Hij bemoeit zich buiten werktijd met de zaak en probeert de politie ervan te overtuigen dat er moord in het spel is. Hij doet bovendien een poging de moeder over te halen bij haar man weg te gaan en de verzekering in te trekken, nog steeds in de veronderstelling dat de moeder onschuldig is en het gevaar loopt spoedig door haar man gedood te worden.

Jun-oh had zich beter koest kunnen houden, want nu worden hij en zijn vriendin Mi-na (Seo-hyeong Kim) thuis lastig gevallen. Een van de vroege onschuldige slachtoffers is Becky, het hondje van Jun-oh en Mi-na. Het afgerukte hoofdje van het diertje rolt ’s nachts over de galerij van Jun-oh’s woning. Het is jammer dat regisseur Terra Shin vergeten is het hondje eerder in het verhaal te introduceren. We horen de vriendin paniekerig door de telefoon de naam van het hondje schreeuwen en denken: Becky? Welke Becky? Waar heeft ze over? Als Jun-oh ’s avonds buiten bij zijn huis merkt dat de psychopaat zijn woning is binnengedrongen, doet hij niet wat u en ik zouden doen (bijvoorbeeld 1-1-2 bellen), maar spoedt hij zich naar de dichtstbijzijnde telefooncel om zichzelf (!?) te bellen.

Het gaat te ver om alle domme acties van Jun-oh op te sommen, maar zijn gestuntel met een brandblusser mag toch niet onvermeld blijven. Een verstandig mens weet dat als je een brandblusser als verdedigingsmiddel tegen een bewapende psychopaat wilt gebruiken, je vooral goed gemikt en flink hard moet meppen. Zo niet Jun-oh. Hij denkt zijn belager van het lijf te houden door haar te blussen, met als gevolg dat hij in zijn eigen mist komt te staan en zo de vijand uit het oog verliest. Grote hilariteit onder de bezoekers van het Amsterdam Fantastic Film Festival in Tuschinski 4 is dan het onvermijdelijke gevolg.

Nou vooruit, nog een laatste domme actie van Jun-oh. Om het af te leren. Na een bloederig slotgevecht op leven en dood, waarbij Jun-oh onder meer flink in zijn ribbenkas wordt gestoken met een glimmend slagersmes en ternauwernood aan de dood ontsnapt, gooit hij de levensgevaarlijke psychopaat van het ziekenhuisdak om haar vervolgens alsnog, precies op tijd en op het laatste moment bij de pols te grijpen in een poging haar te redden. Een psychopaat is ook maar een mens, verdedigt Jun-oh zijn malle handeling, terwijl overbodige flashbacks de montage tarten en tranen zich vermengen met de hoosbui die fotogeniek over het gebouw is losgebarsten. Met zo’n structureel onverstandige man wil je echt niet 104 minuten opgescheept zitten in een bioscoopzaal. Moedeloos word je ervan. Moedeloos.