Berlinde de Bruyckere & Charles Avery in Gemeentemuseum Den Haag & GEM

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Gemeentemuseum Den Haag

Uitgelaten skeletten in trappenhuis Gemeentemuseum Den Haag

De twee retrospectieven van fotograaf Anton Corbijn in het Gemeentemuseum Den Haag en het naastgelegen Fotomuseum waren een mooie aanleiding voor een treinreis naar de hofstad. Ik nam tegelijk de gelegenheid om de andere tentoonstellingen te bekijken en werd geconfronteerd met de kwetsbare lichamen in het werk van Berlinde De Bruyckere en de parallelle wereld van de kunstzinnige ontdekkingsreiziger Charles Avery.

Eerder dit jaar confronteerde kunstenares Maartje Korstanje me in het Groninger Museum dankzij haar aantrekkelijk afstotelijke objecten met de vergankelijkheid van het lichaam. Haar vleeskarren en een kamer vol gedroogde huiden leken gemaakt van overblijfselen van slachtoffers van oorlogsgeweld en genocide. Het Gemeentemuseum Den Haag zet dezelfde thematiek voort met de menselijk ogende wassen sculpturen van de Belgische kunstenares Berlinde De Bruyckere (1964). Ze zien er zo echt uit dat je de aderen onder de huid kunt zien vertakken en de verwondingen kunt tellen. De sculpturen hebben geen hoofden, maar ook zonder gezichten is de pijn zichtbaar vanwege de houdingen waarin ze zijn verstijfd.

De anonieme lichaamsdelen liggen verkrampt in een vitrine of druipen in zithouding als levensgrote kaarsen vanaf een katheder. In veel gevallen is mensenvlees onderdeel geworden van bomen en struikgewas en lijkt het alsof we een momentopname zien van een metamorfose zoals beschreven in het werk van de Romeinse dichter Ovidius. Een van de grootste, mythisch ogende objecten ligt in de achterste ruimte. Uit een houten vlot in blokvorm steken grote geweien, vastgehecht aan een constructie van was, hars, touw en verweerde doeken. Misschien is het een drijvende offerande en zijn de vleesklompen die in de andere ruimtes liggen restmateriaal dat is achtergelaten.


Naast het Gemeentemuseum en in hetzelfde gebouw als het Fotomuseum vind je het GEM | Museum voor actuele kunst. De meest aansprekende tentoonstelling is What’s The Matter With Idealism? van Charles Avery. De Schotse kunstenaar leidt de bezoeker door middel van grote, gedetailleerde tekeningen, posters, objecten en mythische wezens rond door de straten van Onomatopoeia. Deze volle en levendige hoofdstad van een fictief eiland wordt bevolkt door vele bewoners en nog meer verhalen. Avery licht sommige bewoners uit die in de tekeningen een marginaal onderdeel lijken uit te maken, zoals de vissersjongen die palingen fileert in felgekleurde plastic teilen. Op een andere tekening vormt hij het centrale object. In het midden van de eerste tentoonstellingsruimte liggen dezelfde teilen met afwachtende vissen op de grond en verwacht je dat de jongen elk moment binnen komt wandelen om de dieren voor je ogen met een mes te bewerken.

Onomatopoeia is geen utopisch eiland, maar een fictieve samenleving die op verschillende manieren een spiegel vormt voor de wereld waarin wij leven. De chaotische taferelen op de tekeningen in de eerste ruimte zijn herkenbaar van Aardse wereldsteden. In de tweede grote ruimte dalen we af in een fantasiewereld en bevinden we ons in het domein van het mythische monster Noumenon. Het wezen kent meerdere vormen en is op zijn grootst in staat om ongewenste passanten in een enkele hap te verslinden. Na zoveel visuele prikkels kon het conceptuele en sobere Mental Duels, de eerste solotentoonstelling van de Duitse Jana Gunstheimer die ook in GEM is te zien, alleen maar tegenvallen.

De tentoonstelling van Berlinde De Bruyckere te zien tot en met 31 mei 2015. Die van Charles Avery nog tot en met 7 juni 2015.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *