Barney’s Version (Richard J. Lewis, 2010)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

barnney

Barney’s Version is leuk als je Paul Giamatti een leuke acteur vindt.

In veel van Giamatti’s films (zoals American Splendor, Sideways en Cold Souls) speelt hij een sympathieke zuurpruim, een knuffelbare antiheld, een grappige knorrepot. Barney Panofsky is typisch Giamatti, iemand die elke dag een borrel drinkt bij een café met de naam Grumpy’s en zijn bedrijf voor soapseries Totally Unnecessary Productions noemt. Maatschappelijk zit het wel goed met hem, maar privé heeft hij vaak pech. Zo ontdekt hij de liefde van zijn leven uitgerekend tussen de gasten op zijn eigen bruiloft. Met alle gevolgen van dien.

De enige die hem rustig zijn gang laat gaan, is zijn vader, lekker lomp neergezet door Dustin Hoffman. De veteraan zet zijn personage met een paar bewegingen direct in de eerste seconden neer door hem onbehouwen in sperziebonen te laten prikken. Dit is duidelijk iemand die het geen bom kan schelen wat anderen over hem denken. Leuk is ook de korte cameo van regisseur David Cronenberg als verveelde regisseur van een van de soapafleveringen. Hij verpest de opname bijna met zijn gesnurk. De cameo van de andere bekende Canadese regisseur Atom Egoyan was me ontgaan. Minder interessant is de subplot over een verdwenen duiker, Barney’s beste vriend Boogie (gespeeld door Scott Speedman). Mensen met kennis van De Ontdekking Van De Hemel doorzien de oplossing van het raadsel meteen.

6/10