Balada Triste De Trompeta (Álex de la Iglesia, 2010)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

baladatriste

Goed nieuws: voor het hoogtepunt van Balada Triste De Trompeta hoef je niet naar de bioscoop. Het beste wat de film te bieden heeft, is namelijk bovenstaande still van een dikke, boze clown, op het punt een kogelregen af te vuren uit zijn automatische wapens. Het absurde tafereel zou een schilderij geweest kunnen zijn. Vluchtig bekeken lijkt de clown een bank te beroven, maar bij nadere bestudering blijkt hij tekeer te gaan in een fastfoodrestaurant, ten koste van onschuldige kinderen en hun ouders. Dat is niet grappig, spannend of eng, maar gewoonweg naar.

Clown Javier (Carlos Areces) is een nare clown, zoon van een clown die in 1937 tijdens de Spaanse burgeroorlog door fascisten werd vermoord. Als je zin hebt, kun je de hele film zien als een metafoor voor het Spanje onder bewind van Franco. De dictator zelf komt ook even voorbij in een bijrolletje. Tientallen jaren na de moord, als Javier de leeftijd van zijn vader heeft bereikt, valt hij in het circus voor nare trapezewerkster Natalia (Carolina Bang). Zij kikt op gewelddadige mannen en heeft wat dat betreft een ideale relatie met de ontzettend nare clown Sergio (schuimbekkend gespeeld door Antonio de la Torre). De twee concurrerende clowns vechten de hele film lang om Natalia’s gunsten en ondergaan daarbij drastische transformaties. Javier verandert in The Caveman en Sergio in The Phantom Of The Opera.

Balada Triste De Trompeta is waarschijnlijk bedoeld als komedie. De enige keer dat ik moest grinniken was voordat de film daadwerkelijk was begonnen. Op de geluidsband lachen kinderen om twee clowns, maar op de openingstitels zien we de namen van alle sponsors en andere geldschieters en lijkt het alsof zij worden uitgelachen. Na de credits is het over met de pret.

Als Balada Triste De Trompeta een diavoorstelling was geweest, dan was het misschien een meesterwerk. Helaas beweegt deze film, en hoe. Onbesuisd camerawerk en zenuwachtige cameravoering verpesten elke kans om potentieel uitkienende shots te bewonderen. Dit is geen film meer, maar een epileptische aanval of op zijn minst een geval van hondsdolheid. De film eindigt met uitzinnige special effects en een poging tot gelijktijdige ode aan North By Northwest (de climax op Mount Rushmore) en King Kong (de climax op de Empire State Building). Mij boeide het toen allemaal allang niet meer. Mijn verzadigingspunt was in de eerste tien minuten reeds bereikt, inclusief scheelheid door het ordinaire beeldbombardement en door de onscherpe projectie in Kriterion 2.

2/10