Apan (Jesper Ganslandt, 2009)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

apan

De ogen van Krister (Olle Sarri) zijn twee zwarte gaten. Zijn ziel is weggezogen. Rationeel gedrag heeft plaatsgemaakt voor impulsen. Wat we in de film Apan zien zijn de stuiptrekkingen van een menselijk omhulsel.

De rijinstructeur is meer machine dan mens. Zijn remblokken zijn aan vervanging toe, net als bij zijn auto. Misschien observeert hij zichzelf wel zoals wij hem observeren, met als verschil dat hij niet kan we kijken of uit de film kan ontsnappen. De camera blijft even obsessief op het hoofdpersonage gericht zoals de camera van de gebroeders Dardenne in bijvoorbeeld Rosetta (1999) en Le Fils (2002). Net als bij de genoemde Belgische regisseurs gebruikt Jesper Ganslandt geen speciaal gecomponeerde score op de soundtrack van Apan (The Ape) en laat hij de kijker zelf de context van de gebeurtenissen invullen.

De getoonde handelingen geven schaarse aanwijzingen. We kunnen slechts gissen wat Krister drijft. Hij leeft in dezelfde kille wereld als de personages in het werk van Michael Haneke, een wereld waarin mensen nauwelijks in staat zijn rechtstreeks met elkaar te communiceren. Krister voert de meeste gesprekken via een bijna permanent in zijn linkeroor geïmplanteerde mobiele telefoon, alsof het mechaniek operatief is ingebracht. Zijn gezinsleven is net zo gedoemd als dat van het gezin in Haneke’s grimmige Der Siebente Kontinent (1989). Ganslandt lijkt expliciet naar de openingsscène van die film te verwijzen door een scène in te lassen in een autowasserette.

Dierlijke overlevingsdrang weerhoudt Krister ervan net zo ver te gaan als de vader in Der Siebente Kontinent. Maar wat ligt nog voor hem in het verschiet nu zijn leven een onomkeerbare wending heeft genomen? Rest hem een dwalend bestaan vergelijkbaar met dat van Keane in de gelijknamige film van Lodge Kerrigan uit 2004? Of weet hij zich op te trekken aan een laatste strohalm?

8/10