Amerikaanse furie in Amsterdam: Perfect Pussy in Paradiso en Protomartyr in De Nieuwe Anita

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin
Perfect Pussy

Perfect Pussy

Afgelopen weekend speelden enkele Amerikaanse bands op kleine Amsterdamse podia. Ze gaven elk op eigen wijze vorm aan hun boosheid, maar het was in sommige gevallen niet helemaal duidelijk waar die boosheid op was gericht.

De eerste paar nummers van Perfect Pussy in de kleine zaal van Paradiso klonken vrijdag chaotisch en ik vroeg me af of dat de bedoeling was. Alleen het hak- en beukwerk van de drummer maakte enigszins een gestructureerde indruk. Naast hem produceerde de bassist zoemende lage tonen, alsof hij zojuist een hevig geagiteerde bijenkolonie had bevrijd. De gitarist was piepend op zoek naar een akkoord en de man achter het tafeltje links produceerde stoorzendergeluiden door willekeurig aan knoppen te draaien. Af en toe torenden een paar hoge synthesizertonen boven de brei uit. De muzikanten speelden eerder door elkaar dan met elkaar.

Perfect Pussy

Perfect Pussy

Te midden van de mannen sprong en stampte de in het rood geklede zangeres Meredith Graves, vol furie schreeuwend in de microfoon. De zangeres en de bassist besproeiden zichzelf een enkele keer met door henzelf vervaardigde klodders fluim. Graves’ microfoon leek enkele nummers niet aangesloten. Of was ze tijdelijk haar stem kwijt? Ze was hoe dan ook enige tijd onhoorbaar. Waar haar woede op was gericht en waarom ze haar frustraties zo radicaal verbaal uitte werd niet duidelijker naarmate het geluid beter werd afgesteld. Geen enkel woord overleefde het daverende volume dat de band achter haar voortbracht. De imposante onstuimige energie werd door het ontbreken van verstaanbaarheid nogal betekenisloos. Het enige liedje dat ik wel woordelijk kon verstaan was het a capella gezongen verjaardagsliedje voor de man achter de stand met merchandise.

De muziek van voorprogramma Big Ups, eveneens uit New York, was beter te volgen. Soms heb je in een nummer niet meer nodig dan de herhaling van een enkele bastoon zoals in het nummer Body Parts. De podiumpresentatie was tamelijk laconiek. Slungelige zanger Joe Galarraga wandelde heen en weer tussen gitarist Amar Lal en bassist Carlos Salguero, krijste af en toe in de microfoon en keek gespeeld wazig de zaal in. Door het gebrek aan beweging bij het luisterende publiek leek hij niet veel zin te hebben om zich extra uit te sloven. Tijdens rustige passages mompelde hij meestal, omdat zingen hem minder goed af ging. De afwisseling van felle emo en de langzame, op Slint lijkende passages zorgde ervoor dat de set soms inzakte. Een van de meest geslaagde nummers was Fresh Meat en de tegendraadse gitaarsolo waarmee Amar Lal in de buurt probeerde te komen van Robert Fripp op de albums van David Bowie.


TV Wonder

TV Wonder

Een avond later speelde Protomartyr uit Detroit in De Nieuwe Anita. Het Amsterdamse TV Wonder verzorgde het voorprogramma. De bandnaam is een verbastering van Stevie Wonder, maar dat is de enige link met de soulzanger. De Amsterdammers maakten experimentele indierock met gedurfde gitaarpartijen waarbij de muzikanten de uiterste grenzen van dissonantie opzochten. Het leek soms alsof de bassist en de twee gitaristen elk in een eigen toonsoort speelden, maar het werkte wonderwel. Het poppy karakter van de liedjes bleef ondanks de experimenten onaangetast. De drummer hield zich in en dempte zijn snaredrum door het instrument onder een jas te verstoppen. De zekerheid die het kwartet instrumentaal uitstraalde werd teniet gedaan door de verlegen overkomende, lijzige leadzang.

Van de drie Amerikaanse bands die ik afgelopen weekend zag beviel het optreden van Protomartyr me het meest. Net als Meredith Graves van Perfect Pussy en Joe Galarraga van Big Ups laat zanger Joe Casey zich leiden door opgekropte woede, maar in tegenstelling tot zijn landgenoten heeft hij niet de behoefte daarbij een toepasselijke pose aan te nemen. Casey is geen showman. Hij zag er zaterdag het minst van allemaal uit als een rockzanger. Toen hij zijn baseballpet en bril afzette en in zijn alledaagse overhemd achter de microfoon ging staan deed hij me denken aan een kruising tussen David Brent uit The Office en het personage Johnny uit de film Naked (Mike Leigh, 1993). Ik ving zowaar voldoende tekstflarden op om een rode draad in de songteksten te ontdekken.

Protomartyr

Protomartyr

Soms met een hand in de zak of met een bierfles in de hand zong Casey met onvaste stem over liefdeloosheid en agressie in de grote stad. Detroit kan soms hetzelfde onbehagen oproepen als een stad als Amsterdam. De bandgenoten begeleidden de zanger met repeterende minimale akkoordenschema’s en gitaarriffs en -loopjes die waren beïnvloed door voornamelijk Britse postpunk. Toen we Casey na afloop kort spraken in het voorcafé noemde hij zelf The Fall en vroege Wire als zijn grote voorbeelden. We namen ook even de gelegenheid om het spel van drummer Alex Leonard te prijzen. Leonards drumpartijen vielen op omdat hij nauwelijks de hi-hat gebruikte. Hij gaf de nummers extra intensiteit en vaart door zich te concentreren op strakke roffels op toms en snaredrum. Het totaalgeluid klonk dankzij de drumpartijen zo energiek dat we ondanks het negatieve wereldbeeld van Casey na afloop toch met een opgebeurd gevoel de nacht in gingen.