Achter een rookgordijn: Liars @ OT301 (5 november 2012)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

liarslogo

Bij dit stukje had een zelfgemaakte foto kunnen staan. Liars stond afgelopen maandag echter vrijwel het gehele Amsterdamse optreden verdekt opgesteld in het halfduister. Ik gebruik bij het fotograferen nooit flitslicht, want voor je het weet zijn de muzikanten enkele cruciale seconden door verblinding niet meer in staat de juiste snaren te vinden. Het kleine beetje verlichting in de uitverkochte concertzaal van OT301 kwam van het scherm boven het trio. Op een filmpje was vanaf een vaste camerapositie te zien hoe de bandleden thuis in de studio te Brooklyn aan het werk of aan het dollen waren. Naarmate het optreden vorderde, werd de studio beetje bij beetje ontmanteld, tot enkel de witte muur met het bandlogo overbleef. Geen slecht concept, zeker vergeleken met de gemakzuchtige fragmenten uit Stalker bij het voorprogramma.

Wat Liars betreft leven we nog steeds in de vroege jaren tachtig. Gelukkig precies het soort jaren tachtig dat ik zelf bewust heb meegemaakt. Een optreden van de minimalistische Amerikanen klinkt daarom aangenaam vertrouwd, als een thuiskomst bijna. Ze openden met twee recente elektronische dansnummers en in plaats van de getoonde video achter hen, speelde ik in mijn gedachten de video-opname af waarin wijlen Frank Tovey van Fad Gadget zich insmeert met dikke klodders ladyshave. Tijdens de oudere Liars-nummers, die met gitaar, drums en effecten, draaide ik in mijn hoofd een track van Flowers Of Romance van Public Image Ltd. De herinnering ging vloeiend over in de realiteit.

De mechanische stampende basdrum en de oerkreten van Angus Andrew brachten de massa meerdere keren in opperste staat van vervoering. Menigeen verloor een contactlens in de moshpit, wat bij schaars licht geen aanrader is. Minstens tweemaal werd een jeugdige enthousiasteling boven de hoofden als trofee heen en weer gedragen. Gemeten aan de reacties en publieksparticipatie had Liars een topavond. Misschien was het zelfs hun beste optreden in Amsterdam ooit.

Had ik zelf lol in het optreden? Nee, niet bepaald. Ondanks mijn recht op een rookvrije ruimte werd ik vanaf binnenkomst vergast op ongewenste uitlaatgassen. Eerder dit jaar hing aan de bar nog een impotent rookverbodsbord, maar die was eergisteren spoorloos. Voor aanvang van de optredens vroeg ik enigszins gepikeerd een vertegenwoordiger van OT301 waarom hij geen maatregelen tegen het roken nam. Het is wel geprobeerd, antwoordde de man wiens naam bekend is bij de redactie, terwijl hij tussen zijn vingers een vers gedraaide sigaret vasthield. De poging werd gestaakt, vervolgde hij, omdat in Amsterdam nu eenmaal gerookt mag worden. Dat laatste was nieuw voor mij. Staat de hoofdstad boven de wet? Geen prettige gedachte. Waar een stad zich boven de wet verheft, geldt het recht van de sterkste.

Het hele optreden van de Liars zat ik me te verbijten en te bedenken hoe ik me in deze situatie op moest stellen. Er is weinig keus. Of je ondergaat de nicotinesauna geërgerd, passief en zonder verzet, of je gaat niet meer naar concerten in dit soort zalen om niet geconfronteerd te worden met de arrogantie van nicotinejunkies, of je haalt je recht door aangifte te doen met als gevolg dat een poppodium kans loopt op gedwongen sluiting. Na verrookte avonden in onder meer Pakhuis Wilhelmina en de Winston begint de laatste optie steeds aanlokkelijker te worden. Het is niet dat ik de roker zijn longkanker niet gun, maar ik blijf daar zelf liever van gevrijwaard en voel me gedwongen over te gaan tot gevoelige actie om mijn recht te halen.

Terwijl de scherpe nicotine zich een weg baande door het stof van mijn kleren, diep mijn poriën binnendrong en voelbaar mijn bronchiën aantastte, luisterde ik niet meer naar Liars, maar broedde ik op de beste strategie. Langzaamaan veranderde ik in de Peter Finch van het Amsterdamse clubcircuit. Mijn wraak zal Oscarwaardig zijn.

Voor concertfoto’s moet je hier zijn.