Abel (Diego Luna, 2010)

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin

abel

De werkelijke reden waarom kleine Abel (Christopher Ruíz-Esparza) medicijnen slikt en weigert te praten, blijft in de gelijknamige film buiten beschouwing. Abel verlaat de kliniek en keert terug naar zijn ouderlijk huis, bij zijn moeder, oudere zus en jongere broertje. Het afgelegen bouwval zou je eerder zou verwachten in films als Psycho, The Texas Chainsaw Massacre en Fight Club.

Op de eerste dag thuis kijkt Abel minutenlang angstig en obsessief naar wat lijkt op een kogelgat in een houten wand. Het gat suggereert dat het jochie getraumatiseerd is door huiselijk geweld met fatale afloop. Debuterend regisseur Diego Luna (als acteur bekend uit onder meer Y Tu Mamá También, Milk en Rudo Y Cursi) neemt ons hier een beetje in de maling, want de vork blijkt behoorlijk anders in de steel te zitten. Een red herring noemen we dat.

Abel is een kind dat de vaderrol op zich neemt. Hij is de metafoor voor de Mexicaanse man: een kinderlijke macho die een dominerende rol opeist in het gezin en ondertussen elke avond in zijn bed plast. De Mexicaanse Abel is het tegenovergestelde van de Nederlandse Abel (Alex van Warmerdam, 1986), de volwassen man die zich als kind blijft gedragen. Tezamen zouden ze een mooie double bill kunnen vormen.

7/10